Home » ID Rtd 1914 - 1940

Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog (interbellum)

Mobilisatie. Vereeniging Volksweerbaarheid, ca. 1915 (IISG)

Onderzoekers: dr. Conny Kristel, Daan de Leeuw, Looptijd: 2008-2014 Publicatie: De oorlog van anderen. Nederlanders en oorlogsgeweld 1914-1918 (De bezige Bij, 2016).
De Eerste Wereldoorlog is in Nederland lange tijd beschouwd als irrelevant voor onze moderne geschiedenis; het was een oorlog van anderen. Nederland had immers militair niet deelgenomen aan de oorlog. Deze studie van NIOD-historicus Conny Kristel leert echter dat de invloed op het leven in Nederland groter was dan we doorgaans denken. (Bron: niod.nl)

 

(Bron: ID Rotterdam)

Eerste wereldoorlog

Vorming GS III

Ongeveer in het begin van de 1e WO ziet men bij de Generale Staf van het leger de noodzaak iets te gaan doen tegen de 'zwerm' agenten die in Nederland opereren. Want wat was het geval? Nederland, getrouw aan zijn neutraliteitspolitiek, is een waar lustoord voor de agenten van diverse inlichtingendiensten der vreemde mogendheden. De agenten kunnen immers niets overkomen. Men kan niet in de handen van de vijand vallen en het moet voor deze lieden een waar genot zijn geweest zo vrijelijk te kunnen werken.

Al voor de oorlog had de Duitse inlichtingendienst een kantoor in Rotterdam, om precies te zijn in het Keizerlijke Duitse consulaat-generaal in het Witte Huis (links). Van daaruit brachten zij het op de getoonde kaart geschetste spionagenetwerk in beeld (rechts) (Bron: Campacasa.eu).

 

Toch gaat men, ook met het oog op onze neutraliteit, het gevaar van één en ander in zien en de Generale Staf van de Koninklijke Landmacht roept een speciale afdeling in het leven – de later welbekende GS III – welke zich gaat bezighouden met de controle op de verschillende spionageactiviteiten en met de signalering van en controle op extreme stromingen in de meest uitgebreide zin des woords. Zij kunnen dit werk niet alleen aan en roepen de hulp in van de grote gemeentelijke politiekorpsen. (1) Hier zal nog nader op worden ingegaan. (3)

1911  Eerste Duitse spionage activiteit

In 1911 werd voor het eerst ook iets zichtbaar van de andere zijde van de inlichtingenmedaille, het contra-inlichtingenwerk; dat wil zeggen het tegengaan van de inlichtingen-activiteiten van andere landen, in dit geval van Duitsland. De Nederlandse gezant in Londen had medio december gemeld, dat er "wederom" in Londen een Duitser was aangehouden wegens spionage. Bij huiszoeking waren bij deze Duitse spion brieven aangetroffen die afkomstig waren van een zekere Petersen te Rotterdam en die "compromitterende vragen" bevatten.Deze melding, die door Buitenlandse Zaken aan minister van Oorlog H.Colijn was toegezonden, was door de laatste doorgezonden aan de minister van Justitie met het verzoek een onderzoek naar Petersen in te stellen. De chef van de generale staf ontving daarvan afschriften, kennelijk bedoeld als waarschuwing dat ook
Nederland niet gevrijwaard was van Duitse spionage (12)

Cornelis Jacobus SNIJDERS (29-9-1852 Nieuwe-Tonge - 26-5-1939
Hilversum) Generaal Landmacht
Opperbevelhebber Nederlandse Land- en Zeemacht (7)

 

Hoofdcommissaris Adriaan Hendrik SIRKS (Bron: Politieacademie.nl)

 

Francois Van 't Sant in 1920 (Fotopersbureau Holland)

1914  Overleg opperbevelhebber

 In augustus 1914 worden de Rotterdamse hoofdcommissaris (HC) Sirks en de chef van de Rivierpolitie van ’t Sant naar Den Haag geroepen voor overleg met de opperbevelhebber op het Algemeen Hoofdkwartier. In dit overleg met generaal Snijders en ritmeester Fabius wordt overeengekomen dat politiemensen zich actief gaan bezighouden met het controleren van buitenlandse geheime diensten en contraspionage. (3)

In dit geval hadden de Rotterdammers weinig keus omdat een aantal Inlichtingendiensten hun stad hadden uitgekozen als de beste uitvalsbasis naar elkaars land. Om HC Sirks zijn dagelijkse werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren wordt van ’t Sant belast met de dagelijkse uitvoering, maar dat niet alleen: hij werd ook officieel GS III-agent.(3)

Van ’t Sant die in 1883 in Den Helder geboren werd als zoon van een dominee wordt in 1910 al chef van de Rivierpolitie, om zes jaar later, in november 1916, op 33-jarige leeftijd te worden bevorderd tot HC van Utrecht. (3)

Politie inlichtingendiensten (PID's)
De eerste politie inlichtingendienst (PID) die door Fabius in het kader van zijn contra-inlichtingenwerk werd ingeschakeld, was die van Rotterdam. Daar had de hoofdcommissaris en oud-marineofficier A.H. Sirks waarschijnlijk als eerste korpschef in Nederland een embryonale inlichtingendienst ingericht waarvan F. van 't Sant, hoofd van de rivierpolitie, als de feitelijke leider optrad. De rivierpolitie immers was bij uitstek in staat de scheepsbewegingen naar het Duitse achterland te volgen, een omstandigheid die ook de Britse Inlichtingendienst niet was ontgaan. In de Maasstad hadden dan ook zowel de Duitse als de Britse diensten
hun vestigingen, door de Rotterdamse politie discreet in de gaten gehouden. Zolang maar niet ten nadele van Nederland werd gespioneerd en zolang de neutraliteit maar niet in gevaar werd gebracht, konden buitenlandse inlichtingendiensten binnen zekere grenzen hun gang gaan. Dat gold zeker voor de Britse dienst die Van 't Sant als geheim medewerker had gerekruteerd. De Rotterdamse inlichtingendienst en vooral Van 't Sant vormden voor GS III een belangrijke informatiebron met betrekking tot de activiteiten van de inlichtingendiensten van de oorlogvoerende landen, met name van Duitsland en Engeland. Ook na het vertrek van Van 't Sant naar Utrecht - waar hij met steun van GS III tot hoofdcommissaris werd benoemd - bleef de Rotterdamse politie inlichtingendienst voor GS III belangrijk werk leveren. Zozeer, dat Rotterdamse politieambtenaren die waren belast met onderzoeken voor GS III van die dienst een speciale toelage ontvingen. Ook politiediensten in andere steden werden in de loop van de Eerste Wereldoorlog ingeschakeld bij het contra-inlichtingenwerk van GS III.(12) 

François van ’t Sant en Richard Bolton Tinsley

Francois van 't Sant

Bureau der Rivierpolitie Rotterdam, in de Parkhaven anno 1908. Nu is dit het Bureau Veerhaven met daarin o.a. het kantoor van de havenmeester en douches en toiletten.

 

In 1906 treedt Francois van ’t Sant als schrijver in dienst bij de Rotterdamse politie. Na een half jaar krijgt hij promotie tot inspecteur derde klasse en in 1910 wordt hij chef van het zojuist gevormde korps Rivierpolitie. Van ’t Sant laat op de politieboten draadloze telefonie installeren, een ongehoorde nieuwigheid in die tijd, en hij treedt voortvarend op tegen de Rotterdamse onderwereld te water. In 1914 verhuist hij naar de Heemraadssingel 302b. In dat jaar breekt ook de Eerste Wereldoorlog uit, waarbij Nederland neutraal blijft. Gelegen tussen Engeland en Duitsland is het Nederlandse grondgebied ideaal voor geheime operaties van deze landen. In veel van die activiteiten speelt Rotterdam een grote rol. Inmiddels heeft de Nederlandse geheime dienst, GS (Generale Staf) III daarom een vast steunpunt in Rotterdam. De leiding daarvan wordt aan van ’t Sant toevertrouwd die dat werk combineert met zijn functie als chef Rivierpolitie, waarna in 1914 ook de paspoortcontrole in de Rotterdamse haven wordt opgedragen. (5) (Zie afbeelding bureau Rivierpolitie)

Ansichtkaart van het dekmantelbedrijf van MI5 hoofd NL Richard Bolton Tinsley (Bron:searlecanada.org)

Het kantoor of opslag van het dekmantelbedrijf Uranium Steamship Company Ltd, gevestigd aan de Boompjes 76a Rotterdam met links het ss Uranium die aanmeert in de buurt van Halifax, Nova Scotia, Canada, op 12 januari 1913 (Bron: searlecanada.org)

 

Spoedig ontdekt van ’t Sant dat de Engelse Secret Intelligence Service (SIS; ook bekend als MI6) Nederland gebruikt voor het doorgeven van informatie over de Duitse troepensterkte aan de Nederlandse grens. Hij krijgt opdracht om na te gaan of samenwerking met de Engelsen mogelijk is en neemt contact op met de chef van het Rotterdamse bureau van MI-6, Richard Bolton Tinsley. 

 

Deze woont ook aan de Heeemraadssingel en wel op nummer 203a (zie afbeeldingen). Tinsley verblijft als sinds juli 1910 in Rotterdam, waar hij in het dagelijkse leven hoofdvertegenwoordiger is van de Uranium Steamship Company Ltd (kantoor De Boompjes 76a Rotterdam). Hoe belangrijk hij is voor de Engelsen, merkt de Nederlandse overheid in 1911. Tinsley vervult dan een hoofdrol in het zogenaamde ‘incident op de Nieuwe Waterweg’. (5)

Voor het tijdelijk onderbrengen van emigranten stelde Tinsley zijn landverhuizershotel ter beschikking. (Bron: Historischkatendrecht.com) (Uranium Steamship Company – emigrantenhotel van de White Star Line met 2400 bedden voor landverhuizers; m.i.v. 1913; in november 1933 gesloopt, Brede Hilledijk? Maashaven?)

'Spionnen aan de Heemraadssingel'(5)

De zogenaamde ‘spionnenkaart’ die is aangetroffen in het Rotterdamse politiearchief, een door de Duitsers opgemaakte ‘Graphische Darstellung der feindlichen Spionagen Büro’s’, is een uniek archiefstuk (Bron: Stadsarchief Rotterdam).

Zowel Francois van 't Sant als Richard Bolton Tinsley hebben aan de Heemraadssingel te Rotterdam gewoond (Foto: 1929) (Bron: fotos.serc.nl)

 

Tinsley en van ’t Sant spreken af dat zij gegevens zullen uitwisselen en komen daarvoor veel bij elkaar over de vloer. Van ’t Sant werft nieuwe geheime agenten aan, die ook nagaan wat de Duitse geheime dienst in Rotterdam tegen Engeland onderneemt. Daarbij wordt o.m. ontdekt dat de Duitsers explosieven proberen te verbergen tussen bunkerkolen welke voor Engelse schepen bestemd zijn. Van ’t Sant waarschuwt Tinsley, waardoor de Engelsen tijdig maatregelen kunnen nemen. Omgekeerd attendeert Tinsley van ’t Sant bijvoorbeeld op het bestaan van Duitse geheime zenders in Nederland. Tussen 1914 en 1920 stelt Tinsley in totaal 25.000 pond – toen een kwart miljoen gulden (€ 114.000,=)- aan van ‘t Sant ter hand voor de financiering van zijn inlichtingenwerk. Dit is meer dan het budget van de gehele Nederlandse inlichtingendienst GS III in die periode. (5)

Personenregistratie van Richard Bolton Tinsley  (14-11-1875 Liverpool - 7-3-1944 Dumfries) en echtgenote (Bron: Stadsarchief Rotterdam) (Geen foto RBT beschikbaar)

Als de omvang van de Nederlandse Britse samenwerking uit zou lekken, is dit tamelijk compromitterend voor de Nederlandse neutraliteit. Vandaar dat al tijdens de oorlog diverse pogingen worden gedaan om van ’t Sant net zijn connectie met Tinsley te chanteren. Zo ontvangt de Rotterdamse officier van justitie, Mr. D.J. Wolfson, in 1916 een anoniem briefje met de volgende tekst: “wellicht is het U niet bekend dat er in Rotterdam op ergerlijke wijze spionagedienst wordt verricht ten nadele van Duitschland, nota bene door de chef van de Rivierpolitie, die enorm veel geld daarvoor opstrijkt. Tinsley regelt bij dien inspecteur thuis de zaken”. (5)

Een ander geval betreft een voormalig agent bij de Rivierpolitie die mr. Wolfson schrijft; “Als ik geen werk kan vinden, dan vallen er verschillende menschen met mij en wel; de hoofdcommissaris, van ’t Sant en Tinsley. Van ’t Sant spioneert met Tinsley en de hoofdcommissaris moet dat weten”. (5)

Wolfson, die aan de Heemraadssingel 156 woont, kent de rol die van ’t Sant speelt. Als deze in 1916 solliciteert naar de functie van hoofdcommissaris in Utrecht (hij is dan 33 jaar oud!). (5)

Onderzoek naar Jaap Dirkzwager

 n het markante gebouw van NV Koninklijke Scheepsagenturen Dirkzwager Maassluis (DSA) aan de Waterweg is een museale opstelling van een originele radarpost met schitterend uitzicht over de Waterweg.

Naar Jaap Dirkzwager van het gelijknamige maritieme bedrijf, Koninklijke Dirkzwager,  dat sinds 1872 informatiediensten in en rond de Rotterdamse haven levert, wordt  (in 1916) door van 't Sant wegens spionage, voor het o.m. verlenen van diensten aan de Duitse Marine Inlichtingendienst,  onderzoek gedaan. (3)

Bron: De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, dd 05-10-1916

Op 5-9-1916 heeft Rivierpolitiechef inspecteur van ’t Sant onderzoek gedaan en aanhoudingen verricht in de zaak Dirkzwager. Voor het o.m. verlenen van diensten aan de Duitse Marine Inlichtingendienst wordt Jaap Dirkzwager veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken. (3)

(Royal) Dirkzwager is thans in de Rotterdamse haven een toonaangevend bedrijf. (2)

Dirkzwager is het laatste spionageonderzoek van van ’t Sant, in november 1916 wordt van ’t Sant HC van de gemeentepolitie Utrecht, gesteund door zijn opgebouwde netwerk, onder wie HC Sirks, leden van het OM, de GS III  - leiding van wie de 2e man kapitein van Woelderen persoonlijk de Utrechtse (jonge) burgemeester Fockema bepleit. (3)

Van 't Sant Hoofdcommissaris politie Utrecht

Van ’t Sant blijft als HC van de gemeentepolitie Utrecht agent voor GS III en contactpersoon van aan de ene kant Richard Tinsley (T) en aan de andere kant viceconsul dr. Bösenick en het hoofd van de KNSt Wesel, Walther Freyer. (3)

 Van ’t Sant wordt aangenomen en vertrekt op 27 november 1916 bij de Rotterdamse politie. Zijn samenwerking met Tinsley zet hij echter als hoofdcommissaris van Utrecht voort. Zo wordt hij in april 1918 door de Duitse vice-consul Bösenick benaderd, met het verzoek in het diepste geheim met Tinsley contact op te nemen voor het op gang brengen van vredesonderhandelingen tussen Duitsland en Engeland. Het inlichtingenwerk brengt van ’t Sant steeds meer in het gezichtsveld van Koningin Wilhelmina. In 1920, als van ’t Sant juist hoofdcommissaris van Den Haag is geworden, verzoekt Wilhelmina hem om de schandalen en de financiële gevolgen van buitenechtelijke escapades van Prins Hendrik te beperken. Hierbij raakt van ’t Sant echter in moeilijkheden die hem dwingen om zijn baan als hoofdcommissaris bij de Haagse politie op te zeggen. Wilhelmina neemt hem vervolgens als adviseur in dienst. (5)

In november 2015 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij het boek "Harer Majesteits loyaalste onderdaan - François van ’t Sant- van Sytze van der Zee.

Francois van 't Sant deed meerdere pogingen als vertrouwensman van koningin Wilhelmina om haar overspelige echtgenoot, prins Hendrik, enigszins in toom te houden. Van 't Sant vlucht met HMS Hereward  met Wilhelmina  voor de Duitsers naar Londen waar hij tijdens de 2e WO verbleef. Van 't Sant was ook actief in de Greet Hofmansaffaire als adviseur van koningin Juliana en prins Bernhard. 

De koninklijke familie: prins Hendrik, koningin Wilhelmina en prinses Juliana.
(Bron: STIWOT Archief)

Engelandspiel

De HMS Hereward, waarmee koningin Wilhelmina en haar gevolg naar Engeland werden gebracht.
(Bron: Publiek domein)

Door van ’t Sant tijdens zijn werkzaamheden als agent voor GS III hebben zowel in de 2e Wereldoorlog, tijdens het Engelandspiel, als daarna tot vraagtekens geleid. Ontslag bij de politie betekent dat hij zonder meer werd aangesteld als adjudant van koningin Wilhelmina. Van ’t Sant kan dan de escapades van haar echtgenoot verbloemen, maar ook bij de aanvang van de 2e Wereldoorlog mee vluchten naar Engeland.

Van ’t Sant wordt daar niet vertrouwd door de daar verblijvende Nederlandse delegatie. (3)

Van ’t Sant heeft zijn mening in een boek weergegeven. (2)

Broekhoff is na van ’t Sant gestart met inlichtingenwerkzaamheden in Amsterdam.(6)

 Karel Henri Broekhoff (Amsterdam, 1886 – Utrecht, 1946) Kort na 1917 begon hij op verzoek van GS III met het opzetten van een inlichtingendienst binnen het Amsterdamse korps die in verbinding stond met de Centrale Inlichtingendienst (C.I.) onder leiding van luitenant H.A.C. Fabius (7)

Op 13 maart 1917 schreef de kapitein Van Woelderen, plv. hoofd GSIII, in zijn dagboek de volgende mutatie:

"Wij hebben met de Hoofdcommissaris van politie te Amsterdam afgesproken ons met zijn handig-sten politieman in verbinding te stellen, om ook eindelijk de Amsterdamsche politie tot wat grootere activiteit

 te brengen in den zin van de Rotterdamsche speciaal in de dagen van van 't Sant." (6)

 Op 14 maart volgde de mutatie:

"Bespreking met den inspecteur van politie Plateel (bedoeld moet zijn: Pateer. K/H), die de contra-spionage te Amsterdam beter zal organiseren. (6)

 "Die "handigste politieman" bleek te zijn de inspecteur van politie Karel Henri Broekhoff, geboren 28-4-1886 te Amsterdam, die sinds 1906 bij de Amsterdamse politie werkzaam was. (Voor bijzonderheden: Zie hoofdstuk I, "Eerste levensjaren, blz.19) Van deze aanwijzing zal G.S. III beslist geen spijt hebben gehad. In april 1917 begon Broekhoff zijn werk in de contra-spionage sector, een voor hem volkomen vreemd terrein. Niettemin heeft hij zich opmerkelijk snel ingewerkt en was hij reeds spoedig in staat met enkele "Abwehr"-officieren in contact te komen en blijvende goede relaties met hen te onderhouden. Reeds in augustus 1917 stond hij op vrij vertrouwelijke voet met leidende figuren van de consulaten (-generaal) van Engeland, Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten te Amsterdam, van welke personen hij veel vertrouwelijke gegevens ten behoeve van G.S. III wist te verkrijgen. (6)