Home » ID Rtd 1914 - 1940 » Cultuur-Architectuur-Literatuur

Cultuur - architectuur

Marius Richters legde het drukke verkeer over de Maasbruggen in 1935 vast. Bron: Particuliere collectie (Bron: Englfriet.net)

'Interbellum Rotterdam, kunst en cultuur 1918-1940'

Op het moment dat besloten werd tot de oprichting van de Inlichtingendienst (ID) Rotterdam speelde dit zich af in een rijke omgeving op het gebied van cultuur, architectuur en literatuur, terwijl aan de andere kant op politiek gebied de wereld steeds meer in beweging kwam. Dit was dan ook de reden tot de oprichting van deze dienst.

Hieronder wordt haarscherp beschreven dat Rotterdam in de interbellum periode op velerlei gebied  hoog stond aangeschreven. Nu in 2017  krijgt Rotterdam hetzelfde predicaat. Wat niet gezegd mag worden dat dit dankzij de bombardementen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog is. Rotterdam heeft enige decennia terug haar 'hart' weer teruggekregen.(2)

Een bruisend Mekka

CULTUUR
Haro Hielkema– 18 augustus 2001 (Uit dagblad Trouw)

Rotterdam was tussen de twee wereldoorlogen vorige eeuw, van 1918 tot 1940, de modernste stad van Nederland. 'Niets trekt de Rotterdammer meer aan dan het nieuwe', zei kunstenaar Herman Bieling in 1931. De tentoonstelling in Las Palmas is een verhaal van superlatieven en buitenbeentjes, laat zien hoe de havenstad aan alle kanten bruiste voor 1940.
'Manhattan aan de Maas'. Het is voor Rotterdam de laatste jaren een geuzennaam geworden, die het verdiend heeft aan de ontembare drift om hoog te bouwen. Hoog, hoger, hoogst. Maar die eretitel is niet nieuw. In 1929 werd Rotterdam in het tijdschrift Groot Rotterdam al aangeduid als 'de meest Amerikaanse stad van het Continent' en afgebeeld als een zee van wolkenkrabbers.
De historische blik op Rotterdam is meestal gefixeerd op de meidagen van 1940. Als het gaat over het Rotterdamse verleden, gaat het toch vooral over het bombardement en de kraters die in de stad geslagen zijn. Alsof Rotterdam van vóór die tijd, vóór het omineuze getal 1940, geen geschiedenis heeft. Ten onrechte. Tussen die ene en die andere oorlog bijvoorbeeld, in het Interbellum 1918-1940, was het de modernste stad van Nederland.
Op het gebied van de architectuur liep Rotterdam met lieden als Oud en Dudok een eind voor de troepen uit. Qua design telde het avant-gardisten als Gispen en Gidding. Nergens in Nederland bloeide de toegepaste en grafische vormgeving zo als hier, met Jongert, Zwart en Schuitema. Ook in dans, muziek, revue, film en literatuur gaf de Maasstad vaak de toon aan. Speenhoff, Louis Davids, Bordewijk, Tuschinski, Buziau - allemaal namen die kleur gaven aan de stad. En het aantal figuren dat we te kort doen door ze hier niet te noemen, is het veelvoudige.
'Niets trekt de Rotterdammer meer aan dan het nieuwe, op welk gebied ook', stelde de kunstenaar Herman Bieling in 1931 vast. Alles moest het nieuwste, het beste of het grootste zijn, dan was Rotterdam gelukkig. Een soort Guiness Book of Records in levende lijve. Misschien ging het Rotterdam nog niet eens zozeer om het 'nieuwe', zo stellen Marlite Halbertsma en Patricia van Ulzen in hun kanjerwerk over kunst en cultuur tussen de twee wereldoorlogen, als wel om het 'buitennissige'. ,,De Hefbrug is de hóógste, de Van Nellefabriek de modérnste, het Museum Boijmans het chicste, de Maastunnel de langste, het lijnschip de Nieuw Amsterdam het dúúrste, en Diergaarde Blijdorp het vrolijkste in zijn soort in Nederland (en vaak ook daarbuiten)'', schrijven zij in 'Interbellum Rotterdam, kunst en cultuur 1918-1940'.
Het verhaal van de superlatieven en buitenbeentjes is nog wel een paar kolommen uit te breiden. Joris Ivens filmde de Hef, waardoor de cineast wereldfaam verwierf en de brug een symbool werd van kracht en functionaliteit, een constructie die de vooruitgang van de haven, de industrie en de stad uitbeeldde. Amsterdam kreeg in de vroege twintigste eeuw een Bijenkorf in pompeus classicistische stijl, in Den Haag werd gekozen voor de chic van de Amsterdamse School, maar aan de Coolsingel verrees een gebouw van Dudok, moderner en zakelijker dan elk ander warenhuis. De galerijflat (Bergpolder), de buisstoel (Gispen), de grootste tuinstad (Vreewijk), de mooiste boulevard (Coolsingel), het modernste museum (Boijmans Van Beuningen) - het was allemaal made in Rotterdam.
Dat het in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een bruisend leven was aan de Maas, wordt al meteen duidelijk wanneer je de expositie 'Interbellum Rotterdam' in Las Palmas betreedt. In het voormalige pakhuis op de Kop van Zuid plons je als het ware midden in die tijd. Op vier megaschermen wordt een film gedraaid over Rotterdam in al z'n facetten: het werk in de haven, de wereld op straat, de intimiteit van het huiselijk leven, de sfeer in het uitgaanscircuit, het bouwen aan de stad. Het is een nieuwe film van oude opnames, onder meer afkomstig uit het gemeentearchief en het Polygoonjournaal. Soms loopt het beeld op vier schermen synchroon, soms stuurt de computer vier verschillende verhalen de machtige ruimte van het pakhuis in.
Het geeft aan dat het verhaal over Rotterdam in het Interbellum niet eenduidig maar complex is, zegt Herman Kossmann, die de tentoonstelling heeft samengesteld. Het is ook niet eenzijdig, maar kent verschillende versies. Rotterdam was inderdaad de plezierstad van Nederland, voor variété-ster Josephine Baker liep de halve stad uit inclusief de harmonie, de hoofdzetel van het Tuschinski-imperium stond aan een Rotterdams en niet aan een Amsterdams plein. Maar tegelijk werd er ook gebuffeld in de haven en armoe geleden achter de dijk, stak het fascisme de kop op, vereenzelvigde het Rotterdamse kind zich graag met Pietje Bell en Kruimeltje, huilde de gewone burgerij om Annie van Ees als Boefje.
Er was vertier, naar er was ook rumoer. Van Kruiskade tot Coolsingel en van Hofplein tot Schiedamsedijk stonden bioscopen, schouwburgen, danszalen, theaters en cafés in een dichtheid die je nergens anders in Nederland tegenkwam. Maar voor een rede van Pieter Jelles Troelstra liepen de pleinen net zo snel vol, de crisis trof Rotterdam minstens zo hard als elders. Men vergaapte zich aan een zeppelin, maar schepte zich ook het schompes in de kolenruimen van de zeeschepen.
Naast strakke vormgeving in architectuur en typografie was er net zo goed een hang naar traditie. Van Nelle zette met z'n koekblikken de trend van helderheid en esthetiek, maar tegelijkertijd waren er nog genoeg andere bedrijven waar de tierelantijntjes heilig bleven. Het voor zijn tijd onwaarschijnlijk strakke café De Unie van Oud, dat meer weg had van een affiche dan een huis van vertier, verrees vrijwel gelijktijdig op een steenworp van het nostalgische postkantoor.
Rotterdam is niet alleen vele steden, zoals het motto van de manifestatie Culturele Hoofdstad 2001 luidt. Het is ook vele vormen en vele verhalen, vele dromen en vele herinneringen. Dat laat de expositie 'Interbellum' zien. Alle Rotterdamse musea, maar ook het Gemeentearchief en de Gemeentebibliotheek, hebben uit hun schatkamers de mooiste objecten uit de interbellumperiode geselecteerd en gepresenteerd. Indrukwekkend groot, vertederend klein soms, bijzonder, karakteristiek voor de jaren twintig en dertig. Elektrische apparatuur zoals het straalkacheltje van Verbeek, de supermoderne telefooncel van Van der Vlugt die alle moderne belcabines in de schaduw zet, de eerste druk van Kruimeltje, de 11 minuten durende film van de Hef door Joris Ivens (mét de camera waarmee hij de opname maakte), het tapijt van Gidding voor de vloer van het Tuschinski-theater, de vergadertafel uit de Van Nelle-fabriek van Gispen met draaibaar middelgedeelte (voor de telefoons), de topstukken die architecten maakten voor 's wereld grootste passagiersschip en drijvend kunstwerk de Nieuw Amsterdam (een zwembad van Oud, de vestibule van Wijdeveld), het met een handtekening van Vermeer vervalste schilderij 'De Emmaüsgangers' van Han van Meegeren die Boijmans-directeur Hannema tot op zijn sterfbed voor echt werd versleten.